PCM-koeleenheid in serverruimte met blauwe serverrijen op de achtergrond en een groen plantje als symbool voor milieucertificering.

Hoe draagt serverruimte koeling bij aan milieucertificeringen?

Debbie Meijer ·

Serverruimtekoeling draagt bij aan milieucertificeringen doordat het energieverbruik en de CO₂-uitstoot van een gebouw direct worden meegewogen in beoordelingssystemen zoals BREEAM, LEED en ISO 50001. Hoe efficiënter het koelsysteem, hoe hoger de score op energie- en milieucriteria. Dit geldt in het bijzonder voor organisaties met serverruimtes, MER-ruimtes of andere kritische technische ruimtes die continu gekoeld moeten worden. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de relatie tussen koeling, certificering en duurzaamheid.

Welke milieucertificeringen zijn relevant voor serverruimtes?

De meest relevante milieucertificeringen voor serverruimtes en datacenters zijn BREEAM, LEED en ISO 50001. Deze systemen beoordelen gebouwen en installaties op energieprestatie, milieu-impact en duurzaam beheer. Voor organisaties met een structurele koelbehoefte zijn deze certificeringen steeds vaker een vereiste vanuit opdrachtgevers, aandeelhouders of overheden.

  • BREEAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) is in Nederland een veelgebruikt systeem voor de duurzaamheidsbeoordeling van gebouwen. Energie-efficiëntie van installaties, waaronder koeling, weegt zwaar mee.
  • LEED (Leadership in Energy and Environmental Design) is internationaal georiënteerd en hanteert vergelijkbare criteria voor energiegebruik, CO₂-uitstoot en gebruik van milieuvriendelijke materialen.
  • ISO 50001 is een managementnorm voor energiebeheer die organisaties helpt bij het structureel verlagen van hun energieverbruik en het aantonen van continue verbetering.
  • ESG-rapportages zijn strikt genomen geen certificeringen, maar worden steeds vaker verplicht gesteld en bouwen voort op dezelfde meetbare milieu- en energieprestaties.

Voor facility managers en technisch directeuren is het belangrijk te weten dat koeling een van de grootste energieposten in een serverruimte is. De keuze voor het koelsysteem heeft daarmee een directe invloed op de scores binnen al deze kaders.

Hoe beïnvloedt het koelsysteem de CO₂-score van een gebouw?

Het koelsysteem beïnvloedt de CO₂-score van een gebouw via twee kanalen: het directe energieverbruik van de installatie zelf en de emissies die vrijkomen door het gebruik van synthetische koudemiddelen. Beide worden meegewogen in de milieuprestatie van een gebouw of installatie.

Traditionele koelinstallaties werken met compressoren en koudemiddelen die een hoog Global Warming Potential (GWP) hebben. Lekkage van deze stoffen telt mee als directe uitstoot, los van het elektriciteitsverbruik. Systemen die werken zonder synthetische koudemiddelen vermijden dit risico volledig en scoren daardoor beter op de directe emissiecriteria.

Daarnaast geldt: hoe lager het elektriciteitsverbruik van de koelinstallatie, hoe lager de indirecte CO₂-uitstoot via het elektriciteitsnet. Bij certificeringen zoals BREEAM en LEED worden beide componenten opgeteld tot een totale milieuprestatie. Een energiezuinig koelsysteem dat geen koudemiddelen gebruikt, levert op beide fronten een meetbare verbetering op.

Wat telt mee bij de energiebeoordeling voor BREEAM of LEED?

Bij de energiebeoordeling voor BREEAM of LEED tellen het totale energieverbruik van het gebouw, de energieprestatie van afzonderlijke installaties, het gebruik van hernieuwbare energie en het CO₂-equivalent van de uitstoot mee. Voor serverruimtes is de koelinstallatie daarin een van de zwaarste posten.

Concreet kijken beoordelaars naar de volgende aspecten:

  1. Energieverbruik in kilowattuur (kWh) over een meetperiode, uitgesplitst per installatie of systeem.
  2. Opgenomen vermogen in kilowatt (kW), omdat piekbelasting op het net ook een rol speelt in de beoordeling.
  3. Gebruik van koudemiddelen en hun GWP-waarde, inclusief eventuele lekkage.
  4. Aanwezigheid van energiemanagementsystemen die verbruik inzichtelijk maken en bijsturing mogelijk maken.
  5. Levensduur en onderhoudsvereisten van de installatie, omdat een lange levensduur bijdraagt aan een lagere totale milieu-impact.

Voor organisaties die een BREEAM Excellent of LEED Gold willen behalen, is het optimaliseren van de koeling van technische ruimtes dan ook een logische eerste stap. De winst is groot en meetbaar.

Kan PCM-koeling bijdragen aan het halen van ESG-doelen?

PCM-koeling kan direct bijdragen aan de ESG-doelen van een organisatie, met name op de Environmental-pijler. Door het energieverbruik van koeling drastisch te verlagen en synthetische koudemiddelen volledig te vermijden, verbetert zowel de energie-efficiëntie als de CO₂-voetafdruk van de organisatie op een aantoonbare manier.

ESG-rapportages vereisen meetbare prestaties. Dat is precies waar een PCM-koelinstallatie goed op aansluit: het systeem werkt zonder compressoren, zonder synthetische koudemiddelen en met een minimaal elektrisch aansluitvermogen. Het energieverbruik is daardoor structureel lager dan bij conventionele koeling, wat zich rechtstreeks vertaalt naar lagere Scope 2-emissies in de ESG-rapportage.

Daarnaast speelt de levensduur een rol. Systemen met een technische levensduur van minimaal 25 jaar en nauwelijks onderhoud dragen bij aan de Governance-pijler: ze tonen aan dat een organisatie kiest voor robuuste, toekomstbestendige infrastructuur in plaats van kortetermijnoplossingen. Voor duurzaamheidsverantwoordelijken en ESG-managers is dat een concreet en onderbouwd argument richting het bestuur of externe stakeholders.

Welke fiscale voordelen gelden bij duurzame koeling voor serverruimtes?

Bij de aanschaf van een duurzame koelinstallatie voor een serverruimte kunnen organisaties in Nederland gebruikmaken van de Energie-investeringsaftrek (EIA). Dit is een fiscale regeling waarbij een deel van de investering aftrekbaar is van de fiscale winst, bovenop de reguliere afschrijving.

De EIA is van toepassing op energiebesparende technieken die zijn opgenomen op de Energielijst van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). PCM-koeling is door de Nederlandse overheid erkend als energiebesparende maatregel, wat betekent dat investeringen in dit type systeem in aanmerking kunnen komen voor deze regeling. Dat verkort de terugverdientijd aanzienlijk.

Praktisch gezien werkt de EIA als volgt: naast de normale fiscale afschrijving mag een percentage van het investeringsbedrag extra worden afgetrokken van de belastbare winst. Dit levert een direct financieel voordeel op in het jaar van investering. Voor middelgrote en grote organisaties met een structurele koelbehoefte kan dit oplopen tot een substantieel bedrag. Het is verstandig om een fiscalist of energieadviseur te raadplegen voor de exacte toepassing op uw situatie.

Hoe PCM-koeling helpt bij milieucertificeringen

Wij ontwikkelen PCM-koeloplossingen die specifiek zijn ontworpen voor kritische technische ruimtes zoals serverruimtes, MER-, SER- en UPS-ruimtes. Onze PCM Power Units werken zonder synthetische koudemiddelen, zonder compressoren en met een minimaal elektrisch vermogen, wat ze bij uitstek geschikt maakt voor organisaties die werken aan BREEAM-, LEED- of ESG-doelstellingen.

Concreet bieden onze systemen het volgende:

  • Gemiddeld meer dan 90% energiebesparing ten opzichte van conventionele koeling, direct zichtbaar in uw energierapportages
  • Geen synthetische koudemiddelen, waardoor directe emissies volledig worden vermeden
  • Een technische levensduur van minimaal 25 jaar met minimaal onderhoud
  • Erkenning door de Nederlandse overheid als energiebesparende maatregel, met toegang tot de EIA-regeling
  • Modulair ontwerp dat past binnen bestaande infrastructuren, zonder grote verbouwingen

Wilt u weten hoe onze koeloplossing past bij uw specifieke situatie en certificeringsdoelstellingen? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het gemiddeld om een milieucertificering zoals BREEAM of LEED te behalen na het installeren van een efficiënt koelsysteem?

De doorlooptijd voor het behalen van een BREEAM- of LEED-certificering varieert doorgaans van zes maanden tot twee jaar, afhankelijk van de omvang van het project, de gewenste certificeringsniveau en de mate van voorbereiding. Het installeren van een energiezuinig koelsysteem is één onderdeel van het totale beoordelingsproces; daarnaast zijn documentatie, metingen en een formele audit door een gecertificeerde assessor vereist. Het is verstandig om al vroeg in het traject een BREEAM- of LEED-adviseur te betrekken, zodat de koelinstallatie correct wordt gedocumenteerd en optimaal bijdraagt aan de uiteindelijke score.

Kan een bestaande serverruimte alsnog in aanmerking komen voor een milieucertificering, of geldt dit alleen voor nieuwbouw?

Zowel BREEAM als LEED kennen specifieke beoordelingstrajecten voor bestaande gebouwen en installaties — respectievelijk BREEAM In-Use en LEED for Existing Buildings. Dit betekent dat organisaties ook achteraf, door het vervangen of upgraden van hun koelinstallatie, hun milieuprestaties kunnen verbeteren en alsnog een certificering kunnen nastreven. Een retrofit met een energiezuinig koelsysteem kan in bestaande serverruimtes zelfs een snellere score-verbetering opleveren dan in nieuwbouwprojecten, omdat de uitgangssituatie vaak minder efficiënt is en de relatieve winst daardoor groter.

Wat zijn de meest gemaakte fouten bij het optimaliseren van serverruimtekoeling voor certificeringsdoeleinden?

Een veelgemaakte fout is dat organisaties investeren in een nieuw koelsysteem zonder vooraf te controleren of dit systeem erkend staat op de relevante energielijsten of voldoet aan de specifieke criteria van de gewenste certificering. Daarnaast wordt de monitoring van het energieverbruik vaak onderschat: zonder een goed energiemanagementsysteem dat verbruiksdata structureel registreert, is het vrijwel onmogelijk om de behaalde besparingen aantoonbaar te maken voor een assessor. Tot slot vergeten organisaties regelmatig de indirecte emissies van koudemiddelen mee te nemen in hun rapportages, wat achteraf tot correcties en lagere scores kan leiden.

Hoe verhoudt de investering in duurzame koeling zich tot de kosten van het certificeringstraject zelf?

De kosten van een certificeringstraject — inclusief advies, documentatie en audit — lopen uiteen van enkele duizenden euro’s voor een eenvoudig BREEAM In-Use traject tot tientallen duizenden euro’s voor een volledig LEED Gold of BREEAM Excellent traject bij grotere gebouwen. De investering in een duurzaam koelsysteem vertegenwoordigt doorgaans een groter bedrag, maar levert via de EIA-regeling, lagere energiekosten en een langere levensduur een directe financiële terugverdienperiode op — los van de certificeringswaarde. Het is zinvol om beide kostenposten integraal te begroten en de fiscale voordelen mee te nemen in de businesscase.

Moeten wij onze koelinstallatie laten keuren of certificeren voordat deze meetelt in een BREEAM- of LEED-beoordeling?

De installatie zelf hoeft niet afzonderlijk gecertificeerd te worden, maar de prestaties ervan moeten wel aantoonbaar en controleerbaar zijn. Dit betekent dat u meetdata, technische specificaties en bij voorkeur een energieaudit of prestatierapport moet kunnen overleggen aan de assessor. Voor systemen die zijn opgenomen op de Energielijst van RVO — zoals erkende PCM-koeloplossingen — is de erkenning als energiebesparende maatregel een sterk ondersteunend document binnen het beoordelingsproces.

Wat is het verschil tussen Scope 1, Scope 2 en Scope 3 emissies in de context van serverruimtekoeling, en welke zijn relevant voor onze rapportage?

Scope 1-emissies zijn directe uitstoot van uw eigen installaties, zoals lekkage van synthetische koudemiddelen uit een koelinstallatie. Scope 2-emissies betreffen indirecte uitstoot via ingekochte elektriciteit — hoe meer stroom uw koelsysteem verbruikt, hoe hoger uw Scope 2-uitstoot. Scope 3 omvat alle overige indirecte emissies in de keten, zoals de productie van de installatie zelf. Voor serverruimtekoeling zijn vooral Scope 1 en Scope 2 direct beïnvloedbaar: een systeem zonder synthetische koudemiddelen elimineert Scope 1-risico’s volledig, terwijl een laag energieverbruik de Scope 2-uitstoot structureel verlaagt.

Is het mogelijk om meerdere certificeringen tegelijkertijd na te streven, bijvoorbeeld zowel BREEAM als ISO 50001?

Ja, en in de praktijk versterken BREEAM en ISO 50001 elkaar juist. ISO 50001 vereist een structureel energiemanagementsysteem met aantoonbare verbeterprocessen, wat precies de soort gedocumenteerde data oplevert die ook voor een BREEAM-beoordeling nodig is. Organisaties die ISO 50001 al hebben geïmplementeerd, beschikken daarmee over een solide basis voor een BREEAM- of LEED-traject. Het is efficiënter om beide trajecten parallel te doorlopen en de documentatie- en meetinspanningen te combineren, dan ze sequentieel aan te pakken.

Gerelateerde artikelen